OORSPRONG
De Raku stooktechniek is van oorsprong Japans. De gebruiksvoorwerpen die nodig waren voor de traditionele theeceremonie moesten op een zo natuurlijk mogelijke wijze ontstaan.
De stooktechniek die daar werd toegepast heeft in de loop der jaren wel veranderingen ondergaan. De reduktie, die verkregen wordt door het gloeiend hete werk op te sluiten in een afgesloten ruimte met brandbaar materiaal, is bijvoorbeeld een variatie van de Amerikaanse keramist Paul Soldner.

TECHNIEK
De oven wordt opgestookt tot een temperatuur is bereikt waarop het glazuur op het werk is gesmolten. Deze temperatuur ligt tussen  de 950 en 1050 graden. Op het moment dat het glazuur gesmolten is, het werk ziet er dan glanzend en nat uit, wordt de oven geopend, het werk met een stevige tang uit de oven gehaald en vervolgens in een gereedstaande metalen ton met zaagsel, hooi of stro gelegd. De reduktie (zuurstof onttrekking) ontstaat omdat het gloeiend hete werk het hooi in brand zet. Door de ton direkt af te sluiten met een deksel wordt het zaagsel door zuurstoftekort gesmoord. Na ongeveer 15 à 20 minuten wordt het werk uit de zaagselton gehaald, in een waterbak afgekoeld en daarna worden  roet en stro er afgepoetst. De barstjes in het glazuur (craquelé) zijn ontstaan door de grote temperatuurs- wisseling en worden door het zuurstoftekort zwart, evenals de ongeglazuurde delen. Het glazuur krijgt ook een volstrekt ander karakter dan in een elektrische oven. Daar waar bijvoorbeeld koperoxyde  in het glazuur zit, zal door de reduktie weer koper in het glazuur ontstaan, wat een  rode kleur geeft. Om een mooie craquelé te krijgen kan de vorm hangend aan de tang iets langer buiten de oven afkoelen, voordat hij in de ton gaat. De oven kan het beste weer gevuld worden als de temperatuur is gezakt tot 400 graden. Het geglazuurde werk moet absoluut kurkdroog zijn, anders vliegen de scherven om je oren.
Het is het veiligst om het werk de dag ervoor te glazuren. Is dit niet mogelijk dan kan het werk in de elektrische oven drooggestookt worden of voorzichtig op de rand van de Raku-oven drogen.
 
 
DE PYRAMIDE OVENS
 
DE HOUTOVEN
De houtoven wordt een uur voorgestookt met grof hout. Dat kan met allerlei houtsoorten, hoewel de mooiste gloedlaag verkregen wordt met hardere houtsoorten, zoals eiken-, beuken- of vruchtbomen hout. Als een goed vuurbed in de hele stookkamer is verkregen- met zo'n 100 liter hout- kan bij Raku-stoken de biscuit gebakken werstukken in de oven gezet worden.
De deur wordt  er eenvoudig uitgetild, waardoor een grotere vulopening alle ruimte biedt om ook groot werk in de oven te plaatsen. Het is wel raadzaam om de temperatuur in de oven even te laten zakken tot zo'n 400 graden. Met handschoenen of tang kan de oven gevuld worden en met het sluiten van de deur begint de temperatuur direkt weer op te lopen vanwege het vuurbed onder in de oven. Nu is het een kwestie van regelmatig wat kleiner hout, bijv. peppel of dennenhout op het vuur te leggen. Dat kan heel rustig, zodat er niet te veel reduktie in het begin ontstaat, want dat houdt het stijgen van de temperatuur tegen. Na zo'n 30 minuten is een temperatuur van circa 1000 graden bereikt en kan er naar wens gereduceerd worden, door een hoeveelheid fijn hout op het vuur te gooien en de stookingang af te sluiten. Heel krachtig reduceren kan ook door aanmaakblokjes en zaagsel in de vuurmond te gooien. Daarna kan de oven leeggehaald worden, opnieuw gevuld en weer opgestookt worden. Ieder half uur kan zo een gestookte oven opleveren, met een minimaal gebruik van hout, ( circa 40 liter droog hout ). Met reduktie kan de houtoven maximaal 1180 graden bereiken. De houtoven heeft ruimte nodig, omdat het stoken en vooral het reduceren rookontwikkeling met zich meebrengt. De oven kan gewoon buiten blijven staan, eventueel afgedekt met een zeil of plastic als er geen afdak boven is. Na de winter kan het nodig zijn om wat roestplekken bij te werken met hittebestendige zwarte lak. Als indicatie voor de levensduur van de oven kan verteld worden dat het prototype van Roderveld in 6 jaar 1500 keer is gestookt, waarbij de isolatiedeken nog nooit vernieuwd is en de ovenplaat 2x is vervangen.
 
 
DE GASOVEN
Bij de uitvoering van de Pyramideoven op propaangas is het bovengedeelte hetzelfde als de houtoven. De pyramidevormige kap van 2 mm dik gemoffeld staal is spiraalvormig gelast om trekken van de wand te voorkomen.De deur trekt zich door zijn gewicht in het hellende vlak tegen de oven en sluit alles af. Door de deur boven iets open te doen  kan men in de oven kijken en het stookproces helemaal volgen. De stookkamers van de hout- en gasovens zijn verschillend, omdat er gebruik gemaakt wordt van een andere energiebron. De gasstookkamer bestaat uit een gemoffelde stalen bak op poten, is bekleed met o.a. lichtgewicht isolatiestenen en heeft van buiten twee grepen, zodat het verplaatsen zeer eenvoudig is. Anders dan bij de houtoven wordt de hitte niet eerst opgebouwd in de stookkamer, maar onmiddellijk opgevangen en verspreid in de oven. De isolatiestenen van het onderstel nemen geen hitte aan, zodat er geen onnodige energie verbruikt wordt. De gasoven wordt verhit met de brander die aan de onderbak van de oven geplaatst wordt en die zijn vlam door de branderopening de oven instuurt. De hete vlam wordt opgevangen  door een speciale vlampijp die de hitte verdeelt en voorkomt dat de bovenliggende ovenplaat stukgestookt wordt. De brander is via een slang gekoppelt aan 1 of 2 propaangasflessen en met de drukregelaar kan de gastoevoer heel precies gedoceerd worden. Een extra beveiliging tegen  slangbreuk en uitwaaien van de vlam zorgt voor optimale veiligheid. Voor het stoken van deze oven in een afgesloten ruimte moet natuurlijk wel gezorgd worden voor voldoende afvoer van de stookgassen. Dat kan eenvoudig door een wat bredere afvoerpijp zo'n 30 cm boven de oven te bevestigen, zodat de afvalgassen naar buiten kunnen. Het betrekkelijk geringe gewicht van de oven maakt dat hij overal mee te nemen en op te stellen is, hetgeen nog vergemakkelijkt wordt door de handgrepen. De bovenbak en de onderbak wegen beiden 40 kilo.
Het reduceren van de oven is eenvoudig te regelen met de luchtschuif van de brander, de gastoevoer en het afdeksteentje boven op de pijp van de oven. Met het venturi-systeem van de brander wordt reduktie verkregen door een zuurstofarm gasmengsel in de oven te laten komen, in tegenstelling tot de houtoven. Daar wordt door extra toegevoegde brandstof de zuurstof  aan het klimaat in de oven onttrokken. De oven leent zich bijzonder om te experimenteren met een combinatie van reduktietechnieken. Alles geeft zijn eigen effekten en doordat  de stooktrajekten van de gasoven precies te regelen is, kan men de effekten ook later weer herhalen.
Behalve voor Raku kan de oven ook heel goed voor andere stooktechnieken gebruikt worden. Een biscuitstook kan in 2 uur naar 1000 graden gestookt worden. Maar men kan ook heel langzaam instoken als de werkstukken nog niet helemaal droog zijn. Een gewone oxydatiebrand (zoals bij een elektrische oven) is heel goed mogelijk door rustig te stoken en de oven gesloten te houden tijdens het afkoelen. Hetzelfde geldt voor een luster stook bij 800 graden. Door het geringe gasverbruik stookt men sneller  éen of twee werken. Dat kan voor een opdracht een plezierig voordeel zijn. De gasoven kan gestookt worden tot ongeveer 1200 graden. Hoger dan deze temperatuur verliest de oven teveel warmte, aangezien de isolatie daar niet op berekend is.

STOOKADVIES

Reduktie
Luchtschuif dichtschuiven, schoorsteen meer afsluiten.
Wanneer boven de oven een blauw-gele kegel ontstaat betekent dit dat de reductie aan de gang is.
 
Oxydatie
Er mag absoluut geen vlam boven de oven te zien zijn tijdens de temperatuurstijging.
Zodra de gewenste temperatuur bereikt is, de branderregeling sluiten.
De druk wordt afgesloten door de drukregelaar te verstellen.

Buiscuitbrand
Voor de biscuitbrand bevelen we een pyrometer aan.
Goed instoken zodat alle vocht uit het werk verdwijnt, met een werkdruk van 0,2 Bar, (af te lezen op de manometer). De oven op een temperatuur van 100 graden brengen.(Deze temperatuur vasthouden) tot alle vochtigheid is verdwenen.
Vervolgens de temperatuur in de oven langzaam opbouwen. Werkdruk 0,3 Bar.
Na 600 graden mag de temperatuur sneller oplopen door de druk te verhogen.

Notities
Als de oven ingeladen wordt met meerdere ovenplaten moet een tussenruimte van 4cm tussen de werkstukken/ovenplaten en ovenwand in acht genomen worden.
Onder de voeler van het thermo-element van de pyrometer moet een ovenplaat gelegd worden, zodat niet de vlam maar de hitte in de oven aangegeven wordt.
Een andere reduktiemogelijkheid voor boven de 900 graden! Met een ovensteen de schoorsteenpijp half  afsluiten. Door de onderdruk die nu ontstaat (te zien aan de blauw-gele vlam) kan men geleidelijk en langer reduceren.

Nieuwste Vlog