Kenmerken:

Cover-Coats zijn niet-giftige opaak onderglazuren op waterbasis. Deze kleuren geven een effen dekking. Wanneer de ene kleur correct op een andere kleur wordt aangebracht, blokkeert de tweede kleur de eerste volledig.

Cover-Coats worden aangebracht op leerhard werk of biscuit en worden vervolgens biscuit gestookt. De kleur wordt feitelijk een onderdeel van de scherf. Om het poreuze oppervlak af te dichten en de kleur sprekender te maken is een transparante glazuur nodig. De kleuren kunnen ook zonder transparant glazuur blijven om bijvoorbeeld een terra-cotta look te creëren.

Voor de meeste Cover-Coats kan elk transparant of semi-transparant glazuur gebruikt worden. Op elk item dat niet wordt gebruikt volstaat een niet-gestookte afwerking.

Cover-Coats zijn mat en hebben zijn pastelkleurig wanneer je een niet-gestookte afwerking gebruikt. Als ze worden gestookt met een glansglazuur zijn de kleuren levendiger.

Hoe te gebruiken:

  1. Breng 3 lagen aan op leerhard of biscuit gebakken werk.

  2. Stook op 1000 °C om de Cover-Coat aan je werk te binden.

  3. Breng transparante glazuur aan en stook op 1060 °C.

  4. Schoon te maken met water.

Tips:

Aanbrengen met de kwast:

Verdun de eerste laag met 50% water. Breng vervolgens 2 of 3 gladde lagen aan met onverdunde Cover-Coat. Probeer elke laag in dezelfde richting aan te brengen. Laat tussen de lagen iets drogen.

Aanbrengen met de spons:

Dompel een licht vochtige spons in de kleur en spons 3 gelijkmatige lagen met een op en neer gaande beweging. Een laag van een andere kleur hier en daar kan een veelkleurig effect geven.

Airbrush:

Verdun de kleur met Thin’n Shade. 1 deel Thin’n Shade op 2 delen kleur. Airbrush de verdunde kleur op het leerharde of biscuit gestookte werk. Ga zo vaak over dezelfde plek dat de intensiteit van de kleur hetzelfde is als wat in het potje zit. Airbrush vervolgens dezelfde plekken nog een tweede keer. (Meestal wordt Cover-Coat aangebracht op leerhard werk)

Graveren:

Breng de kleur aan met kwast of spons. Schets vervolgens het ontwerp. Terwijl de kleur nog niet helemaal droog is, gebruikt u de TL411 om voorzichtig fijne, ondiepe lijnen te krassen en gaat u een paar keer over die lijnen om ze dieper te maken. Gebruik een zachte kwast om stof en kleideeltjes van de lijnen te verwijderen. Stook het werk op 1000 graden en breng het gewenste glazuur aan. Deze techniek is eenvoudiger als je het op leerhard werk doet.

Verdikte Cover-Coat:

Een paar druppels azijn zullen de Cover-Coat verdikken zodat het gebruikt kan worden om het ontwerp te verhogen. Breng de verdikte kleur aan met een kwast of spons. (deze techniek werkt niet voor alle Cover-Coats, dus test altijd eerst)

Gepolijste afwerking:

Deze niet-gelakte afwerking wordt gebruikt op artikelen die niet worden gebruikt. Breng de kleur aan zoals aangegeven bij ‘aanbrengen met de kwast’ of ‘aanbrengen met de spons’. Breng nu nog een laag aan met half water, half Cover-Coat. Wanneer de natte look uit het geglazuurde gebied verdwijnt, polijst het stevig met een zachte doek totdat een glans verschijnt. Overlap de gebieden zodat er geen ongepolijste vlekken overblijven. Wanneer het gehele oppervlak is gepolijst, stookt u het werk. Er is geen extra afwerking vereist. Deze afwerking is waterbestendig, maar niet waterdicht.

Op porselein en steengoed:

Verdund met water of Thin ’n Shade tot een dunne melk consistensie, kunnen veel Cover-Coats gebruikt worden op vochtige porselein of steengoed biscuit en worden gebakken op hoge temperatuur. (1180-1210) Sommige Cover-Coats zullen veranderen van kleur, maak daarvoor altijd een proefstukje. Ook de oppervlakte kan veranderen. Sommige Cover-Coats worden zeer glanzend, anderen een lichte glans en nog weer anderen worden mat. Alle Cover-Coats hechten zich goed vast aan de scherf en creeëren een aantal zeer mooie effecten.